maandag 27 december 2010

Kerstbrief 2010

Straks trekken we er een paar dagen op uit. Ik lig nog in bed en moet straks vliegen door mijn huis, door mijn kasten om in te pakken. Zijn cadeautje moet nog ingepakt en ik schreef zonet wat ik er nog bij wil... een brief. Aan hem. Om hierna in een envelopje bij het pakje te steken...

'Aan mijn vriend,


Hoe begin je een brief die je per sé wil schrijven? Ik onderneem een tweede poging terwijl de wekkerradio aanschiet met Vampire Weekend en ik je zo ritmisch in gedachten voel mee bewegen. Intussen laat ik mijn balpen over het papier schrijden. 


Een kerstbrief, als het al niet bestaat dan vind ik het bij deze uit.


Woorden op papier om gewoon even stil te staan bij de dingen, de emoties... hier zijn ze!


Ik kijk rond vanuit mijn bed in een slaapkamer waar iemand in lijkt te ontbreken... jij. 


Hoe hebben de afgelopen maanden me veranderd? Weinig denk ik. Ik ben en blijf miss en krijg mezelf niet uitgewist, gelukkig maar. Maar wat ik met jou mag delen, maakt me een voller mens. Stap per stap en beetje bij beetje leer ik mezelf beter kennen en krijg ik inkijk in dat stukje en die deeltjes van jou die ik nooit eerder zag.


Met de nodige ruimte maar het is als in een huis waar ik met je mag wonen en het is fijn te weten, dat wanneer ik in de ene kamer vertoef, jij ergens in een andere kamer bent.


31 oktober voelde ergens als Kerstmis. Een boom waar al lang een pakje onder lag en eens het laatste papiertje onthuld, toch die verrassing en vanbinnen dat kleine meisje dat zo genoot van dat hele gebeuren. En in al die tijd blijf ik maar uitpakken. Een fijn en warm gevoel geeft het me.


Ik ga niet vervallen in superlatieven en goochelwoorden... dat is mijn ding sowieso al niet. Laat de eenvoud maar spreken, laat mij maar zijn wie ik kan en mag zijn bij jou. Voor mij is dat Kerstmis... elke dag van het jaar. En alleen daarom al zie ik je graag! 



miss'

maandag 20 december 2010

Help dokter, help!

Er zijn zo van die dagen dat een mens niets waard is. Dit is zo’n dag. Ik ben niets waard. Moest er nu een dokter me uithoren zou ik hem zeggen: ik heb last van concentratieproblemen, extreem veel geglimlach in één dag en af en toe voel ik het zo flitsen onder mijn borstkas. Help dokter, help! Ik denk dat de dokter ter diagnose louter terug zou lachen.


Ik had een reuzefijn weekend. En zelfs dat is misschien nog een eufemisme… Het begon woensdagavond al en op maandagmorgen haat je het dat het al voorbij is. Van avonden bij elkaar zijn en elkaar innig omarmen, zijn sleutels krijgen met de vraag die te laten bijmaken zodat ik ook bij hem binnen kan vanaf nu tot afspreken om samen naar de supermarkt te gaan, inkopen te doen voor het kerstetentje bij vrienden van zondagavond, over samen in de keuken staan, hertekalf flamberen en daarbij mijn voorste haarpijlen mee flamberen zodat er krulletjes door de keuken fladderen… ’s Avonds elkaar terug zien om naar een dansvoorstelling te gaan en weer afscheid te nemen: hij naar een trouwfeest en ik naar huis.

Onderweg zijn met de tram op een zondagmiddag met zijn ontbijt in een zakje in mijn handen, appelsienen willen persen en die machine niet in gang krijgen en dan maar pistolets beginnen smeren. Hij die komt kijken en moet lachen en uiteindelijk zelf zijn appelsiensap perst… Wakker worden op zondagnamiddag met een kater voor hem en ik die het voorgerecht voor ’s avonds nog prepareer. Hij die me vast neemt in de keuken en met zijn hoofd leunt op mijn linkerschouder en ik die denk… Damn, ik heb altijd al een man willen hebben die me even vast houdt terwijl ik aan het koken ben… maar alleen even hardop glimlach bij dat gebaar.

Wij die samen nog even de stad in duiken, op weg naar een optreden van een vriend van hem. Ik die inhaak in zijn arm opdat ik recht blijven zou. Het heeft er minstens tien keer voor gezorgd dat ik ook effectief niet onderuit ging. We genoten van de warmte die zelfs dat kleine gebaar aan elkaar overbracht. Wat wandelen door de stad, terug naar huis en eten inladen voor dat kerstfeestje en door de sneeuwstorm met de auto. Aan tafel bij de vrienden, genieten van het klaarmaken van dat eten, samen in de keuken, borden dresseren en serveren…

Thuiskomen, het bed vinden en warm bij elkaar kruipen… ‘We waren een goed team dit weekend’, zei hij en ik voel het flikkeren van binnen bij die woorden van hem. ‘Het was een superfijn weekend’, zei ik hem. Opstaan op maandag steekt dan eens zo hard tegen. Je wil gewoon eeuwig blijven liggen. Volgende week een paar dagen samen naar zee en ik kijk al uit naar die momenten samen, zonder verplichtingen van buitenaf.

Vanmiddag polste mijn moeder nog eens na weken van stilzwijgen. Ik werd rood en ik kon het niet meer wegsteken. Het hoeft ook niet meer… ‘Alé proficiat’, zei ze en zoals elke mama begon ze direct al te vragen: komt hij mee naar het kerstfeest, etc. ‘Alles op zijn tijd mama, niet te snel’… Het thuis vertellen is altijd een grote stap… ook die is genomen.

En ik denk al een hele dag aan gisterenavond… aan zijn lieve woorden… Aan de bijhorende omhelzing en dat o zo warme gevoel van ‘samen’ – ‘daar’ – ‘te zijn’…

Elke dag een stapje verder, elke dag een stapje dichter…

woensdag 15 december 2010

échte vriendschap

Ergens in de namiddag ondernam ik de zoveelste poging om met goeie vriend af te spreken. Wonderwel lukte het dit keer onmiddellijk. 20u20 en ik wandel het café binnen waar hij door de krant bladert. Een innige omhelzing en een plaats op de barkruk naast hem waren de aanzet van een verrassende avond.


Hij die bekommerd was om mijn rug en besloot dat we beter aan een lage tafel plaats namen. Zijn ogen waren moe, de werkdruk op zijn werk is tegenwoordig gigantisch en ik merk het aan hem. Ik uit mijn bekommernis en we babbelden honderduit over de evoluties op zijn werk, de veranderingen die op til zijn en hoe hij dat alles bekijkt. Zijn ogen zijn moe, ik merk het nogmaals op.

Over wendingen in 2011 voor zowel hem als zijn vriendin en ik besef dat 2011 een maf jaar wordt, zowel voor hem als voor mij en ik voel het liggen op het puntje van mijn tong om het hem te vertellen maar ik hou me in. Ik droom met hem mee en tegelijk ook een beetje voor mezelf. Hij kijkt me aan met een glimlach, informeert bij mij en ik zeg hem ‘je weet het toch al’.

Hij: ‘ik ben dom, ik weet echt niets’… Ik lach het honend weg maar aan de blik die me daarna aankijkt besef ik dat hij het echt niet weet… Dus vertel ik het hem van ‘hij en mij’… van ‘wij’… Wat volgt bezorgt me nog steeds een glimlach op mijn gezicht. Goeie vriend ging uit zijn dak. Op dat moment kwamen zijn vrouwelijke eigenschappen naar boven en wou hij alle details: ‘wanneer, hoe, etc’. Hij had er blijkbaar al meer over nagedacht dan ikzelf en allerlei pistes in zijn hoofd erover uitgezet…

Ik lachte, zei aan zijn hyperkinetisch enthousiasme: ‘hou toch op’… Zijn ogen fonkelden, zijn adrenaline zorgde voor een wakkerheid waarvan het lang geleden was dat ik die nog bij hem zag. Ineens, in volle café, pakte hij me ongelooflijk hard vast en knuffelde me en kuste me op de wang. ‘Ik ben blij’, zei ie… En al wat ik kon doen was lachen en zeggen: ‘moh zeg, hou op joh’ en hij antwoordde me: ‘goh, ik heb zin om een tournée génerale te geven’… maar ik hield hem al lachend tegen.

Ik vertelde hem het verhaal en hij haalde zijn gsm boven. Hij smste naar zijn vriendin: ‘Tis koekenbak tussen miss en X’ en tegelijkertijd smste hij naar ‘hem’ om zijn enthousiasme duidelijk te maken. In geen tijd had hij een ‘dat werd tijd’ terug van zijn vriendin en enige tijd later belde ‘hij’ op om te vragen waar wij nog zaten. Goeie vriend ging even buiten staan om hem te verstaan en kwam ontgoocheld terug binnen. ‘Hoe droog kan een mens reageren zeg’… ‘Die heeft het niet door denk ik dat jij dat tegen mij verteld hebt’… Maar hij komt nog af. Weer lachten we naar elkaar.

Later, toen hij er bij kwam, zaten we daar. Ik, met mijn twee beste vrienden… Ik werd er zelfs stil van, liet hen praten en genoot van daar gewoon te zitten, van dat gevoel, van de fonkeling in goeie vriend zijn ogen. ‘Hij’ die goeie vriend ook zei dat het lang geleden was en ‘waarom kom je niet eens eten’… Goeie vriend die hoorbaar genoot van dat voorstel en in die zin duidelijk een ‘wij-gevoel’ hoorde.

Iets na middernacht beseften we dat de dagtaak morgen wachtte. We liepen met drie naar buiten, ik naar mijn wagen, hij ernaast en goeie vriend die ineens besefte dat hij zijn fiets vergeten was. ‘Wel of niet vanavond?’, vroeg hij. ‘Wel he?’. ‘Als we kunnen: altijd he’, lachte hij. ‘Bij mij?’. Even checken in zijn agenda: ‘ok, bij u’ en daar stond ik, in 't midden van de straat met een zoen op mijn lippen. Even later fietste goeie vriend naast me terwijl ik op weg was naar mijn auto. Het afscheid was anders dan anders. Hij nam me ongelooflijk stevig vast met een smile van hier tot in Tokyo. Ik liet los en hij zei: ‘nog eens!’ en ik kreeg opnieuw een tegen zijn hart gedrukte knuffel. We lachten. ‘Dit vergeet ik nooit meer’, zei ik hem, ‘merci’.

Auto in, naar huis en even later was hij er. We doken het ijskoude bed in met alleen het nachtlampje nog even aan. Ik was helemaal vol leven door het enthousiasme van goeie vriend en hij keek met die ogen naar me… ‘Leuk he zo’n vriend’, zei ie… En ik ‘hmmde’… en lachte…

donderdag 9 december 2010

Bedgeheimen

We zijn niet goed in opstaan. Zoveel is zeker. Elke morgen die we samen wakker worden vechten we tegen onszelf om onze lichamen uit dat bed te hijsen. Vanmorgen was dat niet anders. Dicht tegen elkaar komen er dan zuchtjes uit en beseffen we dat ik het altijd veel te warm heb en hij tegen de morgen altijd afkoelt.




De wekkerradio draait na de zoveelste snoozebeurt Stromae met ‘Alors on danse’ en we bewegen beiden ritmisch in stilte onder de dons… Ik glimlach, superbreed, wanneer ik zijn heupen voel meewiegen.

- ‘Ik zie je’, zegt hij
- ‘Ogen open of toe’, vraag ik
- ‘Toe’, zegt hij
- ‘Fouhout’, lach ik

De stilte regeert weer in de slaapkamer, enkel twee lijven dichter en dichter tegen elkaar en de snoozetijd opetend.

Dicht tegen elkaar en ik zeg hem: ‘ik voel je wimpers tegen mijn gezicht’.

- Dat heet ‘vlinderkussen’ zegt ie en hij knipperde nogmaals met zijn wimpers.

En ik lachte, hard, pakte hem nog wat steviger vast en dacht in soezende stilte… ‘Ik ben in de hemel’.

zondag 5 december 2010

Mijn captain Iglo

Ik begon deze post opnieuw en opnieuw. Zoekend naar de juiste woorden die heel het gevoel juist kunnen vangen. Op zich is dat al moeilijk… Woorden knotten gevoel altijd af en het is een kwestie van een vleug ervan te vangen…

Het was donderdagavond. De vierde avond op rij bij elkaar en na een etentje waar we te snel moesten eten, na een magistrale dansvoorstelling die gevolgd werd met een opgeblazen maag, na een wandeling door het gebouw – een druk op de knoppen van de lift en een kus die me verraste toen de liftdeuren zich sloten, na een wijntje thuis op de bank, na een pilootaflevering van een serie, kozen we voor het bed dat de slaap moest brengen. Een ijskoude slaapkamer zorgde voor een iglogevoel onder de dons. Hij kroop er helemaal onder in de hoop dat de adem daar de nodige opwarming zou brengen. Ik stak met mijn hoofd boven de dekens.

En toen gebeurde het… Toen vloeiden de woorden, met de nodige ijswolkjes, naar buiten, langs twee kanten. Over dat ik niet in de iglo durfde en hij die vroeg waarom… Over mijn stem die stuitte bij die vraag. Hij die ingeduffeld naast me lag en zei ‘ik voel me hier veilig bij jou’ en miss die helemaal haar stem kwijt was bij die zin. Over hoe oneerlijk ik die zin vond omdat ik niet wist wat ik daarop terug moest zeggen. Hij die beaamde dat dat net de kracht was van die ene zin en dat er niets op terug te zeggen viel… Over hoe niet iedereen zich veilig kan voelen in dit leven en onze algemene conclusie ‘maar wij zijn veilig he’, zei ik voorzichtig en hij ‘hmmde’… ‘wij zijn veilig’.

Over staren naar de duisternis en hij die vertelde: ‘je ogen zijn open’. Over hoe ik zijn ogen niet kon zien en niet snapte dat hij dat zag. Een geval van invallend licht en tegenlicht. Over hoe ik hem vroeg: ‘en nu, hoe zijn mijn  ogen nu?’… ‘Open’, zei ie en toen ik ze onmiddellijk weer sloot zei ie ‘toe’ en hij lachte er hard mee.
Over dat ik al heb willen weglopen… Dat het moeilijk is en dat ik ook niet allemaal weet hoe. Over dat hij ook al heeft willen weglopen. Waarom we dat dan nog niet gedaan hadden… Zijn antwoord weet ik niet meer maar het gevoel was positief. Ik was even stil toen hij de vraag terug kaatste en zei… ‘omdat ik niet ooit wakker wil worden in een leven dat zich vragen stelt over de gemiste kansen’.

Over hoe raar het is dat de vrienden het nog niet weten en dat het de afgelopen week op het puntje van mijn tong lag bij goeie vriend. Over dat hij vond dat ik me voor hem niet moest inhouden… Over dat hij het ook al verteld had tegen drie mensen en dat hij dat had gedaan omdat hij het wilde delen, dat hij er behoefte aan had het te vertellen.

Over dat ik het allemaal maar laat gebeuren en dat ik er niet goed in ben het te benoemen, zo… Dat ik dat wel kan in mijn boekje dat naast me lag. Hij zei dat het bij hem exact zo was: ‘dat hij het allemaal liet gebeuren’ en dat het niet weten ook voor hem nieuw was… Over dat er enkel vandaag was en dat je dat moment moest grijpen en ervan genieten. Over de hoop op een morgen maar dat je dat nooit weet… Er is enkel vandaag…

Over het boekje en dat ik had vast gesteld, door het in de week nog eens te lezen, dat we wel degelijk een evolutie hadden doorgemaakt… En in dat moment vond ik het ok. Ik nam het boekje, verlichtte het met mijn gsm door om de haverklap op een knopje te drukken en las hardop het relaas van mijn emoties van 25 juli tot die avond… Hij luisterde, hij keek met zijn doorkijkende ogen en nam me af en toe vast…

‘Zo bijzonder’, zei hij toen mijn tong gestopt was met klanken produceren en mijn lichtje van de gsm gedoofd was… ‘Zo bijzonder om een inkijk te krijgen in de emoties en de onzekerheden van de andere’… ‘Dank je’, zei hij. En ik lag daar een tijdje… zo open, zo bloot… zei hem dat ook… Hij nam me vast, dankte me nog eens en zei: slaapwel he.

Ik wist… in dat ogenblik… dat we vertrokken waren…

donderdag 2 december 2010

wist je dat

- Ik hem vanavond voor de vierde keer op rij zie


- Dat helemaal niet aanvoelt als ‘te veel’

- Hij er dinsdagnacht ook voor me was toen de politie belde en wist te zeggen dat er een inbraak geweest was in mijn huis

- Hij die nacht keurig mee aan het politiebureau heeft gewacht

- Er gelukkig niets gestolen is

- De achterdeur wel geforceerd is

- Ik blij ben een alarm te hebben

- Ik nog blijer ben dat die daardoor gaan lopen zijn

- De verzekering en politie een heel geregel zijn

- De politie haar werk uitmuntend heeft gedaan

- Ik nog blijer ben dat hij die nacht bij mij was

- Ik vannacht dan weer bij hem was na de kookles

- Ik keurig kleren mee had in mijn koffer

- Hij me vertelde dat hij dat ook eens in zijn koffer zou moeten leggen

- Die boodschap me een warm gevoel gaf

- Ik wanneer ik bij hem ben ’s morgens mijn auto moet terugvinden onder een pak sneeuw

- Mijn handjes dan ijskoud zijn

- Ik dan eerst moet blazen vooraleer ik kan vertrekken

- Ik het nog altijd niet heb met sneeuw en autorijden

- Ik dan altijd blij ben veilig op mijn eindbestemming te zijn aangekomen

- We vanavond naar een dansvoorstelling gaan

- Hij voorstelde daarvoor al een hapje samen te eten

- Het bijna niet op kan

- Ik hem vanmiddag een sms stuurde om te vragen hoe we gingen afspreken

- Hij me terug smste dat hij me wel kwam ophalen omdat met dit weer met twee auto’s op de baan te zijn te onnozel is

- Ik dat super-cute vond

- We er niet echt over praten maar hij de dingen wel goed lezen kan

- Het gesprek er wel eens van zal moeten komen

- Ik alleen niets wil forceren

- Ik gewoon maar doe, met voorzichtig hart en met voorzichtige stapjes

- Waar we naartoe gaan niet altijd even duidelijk is

- Maar mist is altijd maar tijdelijk

- Ik de dag afwacht dat dat mistgordijn verdwenen is